Countess
Esquire
Princess
Lord of Ampel
Rich Ante
Emperor
Napoleon Buonaparte
Resident / Crown jewels
Relic-holder
Stuart
Mayors & Bailiffs
VOC
Benjamin Franklin
Rembrandt
Pope
Inquisition
Theology
Wtenbogaert
Peace of Westphalia
van Oldenbarneveldt
State Portrait
Governor
Castle Berckenrode
Castle 'te Vliet'
Bloodstained House
Assasination
Slaves
Brazilian culture
Opening a grave
Pieter Post
Banking matters
1929 Crash
Nationalities
Unknown (wartime)marriage
Preventing a kidnapping
Winnie the Pooh
Task for the Probandus
Rembrandt

CONSANIGUINITEIT

Naast behoorlijk wat verwantschappen van de Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes bij families die door Rembrandt van Rijn zijn geschilderd, is er ook sprake van consanquiniteit [bloedverwantschap]!

De opvolger van Arminius is Johannus Wtenbogaert geweest. [Zie Theology & Wtenbogaert]. Hij is, net als Arminius verwant aan de Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes ~ zijn oudouders; Johan Wtenbogaert & Duve d’Edel, zijn de edelouders ~ Gen. 18 Nr.: 219200 & 219201 van de Probandus.

Johannes Wtenbogaert (* 1557 - † 1644) geschilderd door Rembrandt van Rijn.  Johannes Wtenbogaert (* 1557 - † 1644) Ets van Rembrandt van Rijn. 


Joannes Wtenbogaert (1606-1648), de ontvangergeneraal van de Staten Generaal voor Amsterdam. Hij is een verre neef van Johannes Wtenbogaert (1557-1646). Hij was ook degene die hem gedoopt heeft.



Joannes Wtenbogaert, ca 1639 



,,DE OUDE” EN ,,DE JONGE HARINCH”

REMBRANDT’S ETSEN
,,DE OUDE” EN ,,DE JONGE HARINCH”
DOOR Mr. W. F. H. OLDEWELT

In een bijdrage in het 26e Jaarboek van het Genootschap Amstelodamum heeft prof. dr. J. F. v. Bemmelen aangetoond, dat 1”. de ,,oude Haringh” van Rembrandt het portret is van Thomas Jacobsz. Haringh, concierge bij de Desolate boedelskamer te Amsterdam in 1659 en voorgaande jaren ; en 2”. dat de ,,jonge Haringh” het portret is van diens eenigen zoon Jacob Thomasz. Haringh, advocaat te Utrecht.

Aangetoond is dus wel het feit, dat de namen zijn verwisseld, doch onopgelost is gebleven de vraag men tot nu toe steeds den ouden Haringh met Jacob en den jongen Haringh met Thomas heeft geïdentificeerd.
Een door mij ingesteld onderzoek naar de ontwikkeling van het ambt van concierge, bracht het even onverwachte als verrassende antwoord op de vraag. Dit zal ik hier zoo beknopt mogelijk trachten weer te geven.

In de 16e eeuw - de voorgaande eeuwen kunnen we ais hier niet ter zake dienende stilzwijgend voorbijgaan - woonde in het gedeelte van het stadhuis dat men met den naam van den stadskeuken aanduidde en dat aan de Vogelsteeg was gelegen, de stadhuisbewaarder of concierge. Hij behoorde tot de roêdragende boden maar hij was de eerste en het hoofd van het tiental. Zijn taak was het stadhuis te bewaren met al wat er toe behoorde en tevens burgemeesteren in alles ten dienste te staan. Bij de vereffening der bij schepenen aangebrachte insolvente boedels, droegen deze den concierge den verkoop der goederen op. Vandaar zijn verplichte borgstelling van de, voor dien tijd aanzienlijke, som van 1000 gld. en het verbod om zich met eenigen koopmanschap te bemoeien. Toen de Alteratie van 1578 haar beslag had gekregen en het corps der stedelijke ambtenaren was aangevuld, vinden we als fungeerenden concierge een zekere Claes Lamberts. Blijkens diverse posten voorkomende in de verschillende Rapiamus van thesaurieren ordinares, was deze op 3 Mei 1587 nog in functie, doch daarna komt zijn naam niet meer voor. Daaruit mogen we dus afleiden dat hij was vervangen. Inderdaad komt dan ook in het 2e Groot Memoriaal deze benoemingsakte voor:

,,Op den 20en Juli 1587 hebben burgemeesteren aangenomen Jacob Huych Thomasz. omme te wesen dezer stede conchierge.”

Ook deze nieuwe functionaris komen we bij het doorbladeren der Rapiamus geregeld tegen, tot 20 Maart 1617. Het begrafenisregister van de Oude Kerk laat geen twijfel omtrent zijn lot. Wij lezen daarin op 9 Mei 1617 deze inschrijving: ,,Jacob Huygen wonende in de Vogelstech inde statskoken”. Tevergeefs zoekt men nu in het Groot Memoriaal en elders naar de benoeming van een nieuwen concierge. Nemen we echter wederom de Rapiamus van 1617 ter hand, dan vinden we op folio 175 verso een post van de maand November, luidende:

,,Aen Tomas Jacobsz. conchiergie, van wegen Jacob Huygen, betaelt 732 gld. 5 st. in remboursement van gelycke somme by hem verschoten op de maeltijt van Mei.”

Hieruit leeren we dus den nieuwen concierge kennen, maar tevens blijkt het zeer belangrijke feit, dat hij de erfgenaam is van zijn voorganger, want indien dit niet zoo ware, dan had deze post vermeldt dat de thesaurieren met de van Jacob Huygen hadden verrekend hetgeen zij nog aan den overledene wegens het Meidiner schuldig waren zooals, ook na den dood van Thomas Jacobsz. zelf geschiedde.

Uit de genealogie Van der Hagen, voorkomende in de bovenaangehaalde bijdrage van prof. Van Bemmelen, blijkt dat de vader van den concierge Thomas, den naam Jacob Thomasz. droeg. Wij kunnen dus thans concludeeren dat de zoon den vader is opgevolgd.

In den loop der volgende jaren komt deze concierge regelmatig voor in verschillende registers. Zoo wordt bijvoorbeeld in het kohier van den 200en Penning over 1631 onder de bewoners van de Vogelsteeg, ook Thomas Jacobsz. ,,concherge” aangeslagen en wel over een kapitaal van 20.000 gld. Zooals hierboven reeds is gezegd, was van ouds aan schepenen de liquidatie der insolvente boedels opgedragen en lieten zij de daarvoor in aanmerking komende goederen verkoopen ten overstaan van den concierge van het stadhuis. Toen nu schepenen ter verlichting hunner drukke ambtsbezigheden, in 1643 hun bevoegdheid in zake insolvente boedels delegeerden aan een college van Commissarissen, lag het voor de hand dat deze Commissarissen zich van den stadhuisconcierge bleven bedienen en wel zonder dat deze nog een speciale aanstelling als concierge der desolate boedelskamer van noode had. Overtuigende bewijzen dat er nimmer twee concierges zijn geweest, vinden we in tal van resolutiën van den zoogenaamden Oud Raad, bijvoorbeeld een in die van 30 Januari 1647, voorkomende in het oudste bewaarde resolutieboek van dat college, en luidende als volgt: ,,Alsoo door de clachten vande commissarissen vande desolate boedelscamer burgemeesteren genotificeert was dat de consargie Harinck noch merckelijke somme onder hem heeft van voorgaende venduen sijn burgemeesteren gelast hem scharpelycke te doen aenmanen tot betalinge.”
Het gelijktijdige alphabetische register achterin dit resolutieboek, verwijst naar de hier aangehaalde plaats met de woorden ,,Thomas Jacobsz. Concierge”. Thomas Jacobsz. en Haringh waren dus identiek.
Het is een merkwaardig feit dat deze achterstand van Thomas Haringh steeds grooter afmetingen heeft aangenomen. Op 26 Jan. 1650 passeerde hij een schepenkennis waarbij hij erkende aan burgemeesteren en thesaurieren schuldig te zijn 34.000 gld. ,,terzake van geëxecuteerde goederen bij hem verkocht” waarna het totaal op 12 Oct. 1653 reeds was gestegen tot 54.400 gld! Doch ondanks dit voor moderne begrippen ontoelaatbaar feit, bleef hij 43 jaren in zijn functie gehandhaafd,

Het begrafenisregister van de Oude Kerk vermeldt namelijk op II Oct. 1660 als begraven ,,Thomas Huygen, choncherge comt vant stathuys”. Opmerkelijk is het, dat hier de geslachtsnaam Haringh in eens weer wijkt voor dien van Huygen, welke zijn vader en diens grootvader steeds hadden gedragen. Na het overlijden van Thomas sloten thesaurieren, ingevolge een resolutie van den Oud Raad van 28 October, op den 9en November een dading met zijn erfgenamen, te weten Mr. Jacob Haringh advocaat en Barent Haech als man van Debora Haringh ,,beyde kinderen van wijlen Thomas Jacobsz. Haringh in sijn leven conchergie haren vader”. Dezen stonden daarbij een viertal huizen van hun vader, staande in Amsterdam, af ten executorialen verkoop, waartegenover zij de toezegging verkregen van niet verder lastig gdvnllen te zullen worden. Als borg voor deze overeenkomst stelde zich Jan Haringh, domheer van Oud Munster te Utrecht.


 

Thomas Jacobsz. Haringh familiealbum de Moor

Resumeerende blijkt dus in het bovenstaande sprake te zijn van drie leden van het geslacht Haringh, te weten Jacob 1, zijn zoon Thomas en diens zoon Jacob II. De beide eersten zijn concierge geweest en de beide laatsten zijn in 1655 door Rembrandt vereeuwigd. In den loop der tijden heeft nu de overlevering de beide oudsten een generatie verschoven in de richting van den jongsten. Daardoor geraakte Jacob 1 op de plaats van Thomas en deze kwam op zijn beurt op de plaats van Jacob II, welke laatste spoedig geheel vergeten is daar hij Amsterdam heeft verlaten en advocaat te Utrecht is geworden. Er heeft dus geen verwisseling van namen plaats gehad, zooals prof. van Bemmelen veronderstelde, doch een verschuiving, en dit verklaart ook waarom van de beide door Rembrandt afgebeelde personen gezegd werd, dat zij concierge zijn geweest of althans tot de Desolate boedelskamer in betrekking hebben gestaan.

Thomas Jacobszn. Haringh 



Jacob Thomaszn. Haringh 





Jacob zegent de zonen van Jozef

Rembrandt heeft voor dit schilderij Petrus Scriverius, vier jaar voor zijn overlijden, geportretteerd met zijn zoon, schoondochter Wendela de Graeff en kleinzonen (1656).  


de Vaandeldrager

Floris Soop [de vaandeldrager] 



Mary Jansdr. Schrijver is een van de Stamoudouders [Gen. 14 Nr.: 13709] van de Probandus en ook de schoonmoeder van Floris Soop. Zie hierboven Petrus Scriverius.

Zo'n honderd verwanten!

Er zijn zo'n honderd verwanten van de probandus die kopers, opdrachtgevers en bezitters waren van Rembrandt’s werk of door hem geportretteerd zijn. Hieronder ziet u daarvan een schema. Centraal staat de Amsterdamse Regent Geurt Dirckszn. van Beuningen, de STAMBETOVERGROOTOUDER [Gen. 13 Nr.: 6854] van de Probandus.

Overgenomen uit 'Rembrandt zijn leven, zijn schilderijen' van Gary Schwartz. Klik met uw cursor op de afbeelding om deze apart op te roepen. Als u vervolgens rechtsonderaan de afbeelding met uw cusor gaat staan, dan kunt u deze vergroten en zodoende te teksten beter lezen.  


De compagnie van Frans Banning Cock

Vroedschap van Amsterdam 



Willem van Ruytenburgh, gekleed in het geel, is één van de centrale figuren op de wereldberoemde Nachtwacht. Zijn zus Anna van Ruytenburgh is getrouwd met Adriaen Pauw, heer van Heemstede. Adriaen Pauw is genoemd naar zijn Grootvader Adriaen Pauw, één van de stamoudgrootouders [Gen. 15. nr.: 27454] van de probandus Marnix Alexander de Paula Lopes.
Willem van Ruytenburg is gehuwd geweest met Alida Jonckheyn, gedoopt in de Nieuwe Kerk te Amsterdam 4 aug. 1609, † na okt. 1677, dr. van Elbert Simonsz. Jonckheyn (mede-oprichter en de eerstebewindhebbers van de VOC) en Adriana Coole. Adriana Coole zal als weduwe later hertrouwen met Hans Rombouts, de zeer rijke broer van Catalyne (Catalina) Rombouts [Gen. 13 Nr.: 6859 STAMBETOVERGROOTOUDER van de Probandus]!



Maurits Huygends ca. 1632 



Jacques de Gheyn ca. 1632 



Dr. Nicolaes Tulp, de anatomische les van ca. 1632 



Maerten Soolmans ca. 1634  Oopjen Coppit ca. 1634 


Jan Pellicorne & zoon Casper ca. 1633   Susanna Collen & dochter Eva Suzanna ca. 1634 


Philips Lucasz. ca. 1635.  Petronella Buys ca. 1635. 


Andries de Graeff ca. 1639 



Maria Trip ca. 1639 



Alijdt Adriaensdr. ca. 1639 



Anna Wijmer ca. 1641 



Jan Six ca. 1654 



Arnout Tholincx ca. 1656 



Dr. Jan Deyman, de anatomische lessen van ca. 1656 



Jacob Trip ca. 1661  Marguerrite de Geer ca. 1661 


NAAR BOVEN / TO TOP OF PAGE