 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 | Theologie van Arminius / Theology of Arminius |
|
|
Theologie van Arminius
|
Jacobus Arminius (Harmensz.) werd geboren te Oudewater, hoogstwaarschijnlijk in 1559 (al wordt in oudere biografieën 10 oktober 1560 vermeld). Zijn vader, de wapensmid Harmen Jacobsz., was toen reeds overleden. In Oudewater, dat tot 1572 onder Spaans bestuur zou blijven, werd Jacob opgevoed door een priester met protestantse sympathiën, Theodorus Aemilius. Omstreeks 1572 verhuisden beiden naar Utrecht. Jacob bezocht daar wellicht de Hieronymusschool, waar hij de latere hofpredikant Johannes Wtenbogaert (1557-1644) reeds kan hebben ontmoet. Aemilius overleed in 1574 of 1575. Kort daarop vond Arminius een nieuwe weldoener in de persoon van de mathematicus Rudolphus Snellius (1547-1613), eveneens uit Oudewater afkomstig. Snellius, op bezoek in Utrecht, nam Arminius mee naar Marburg om hem te laten studeren aan de universiteit, waar Snellius destijds hoogleraar was. In augustus 1575 werd Oudewater gebrandschat door Spaanse troepen, die de moeder, broers en zussen van Arminius vermoordden. Arminius bezocht daarop zijn geboorteplaats, keerde terug naar Marburg, maar schreef zich in 1576 in als student aan de pas opgerichte universiteit van Leiden.
|
|
|
Theology of Arminianism
|
Arminianism derives its name from Jacobus Arminius. Jacobus Arminius (also Jacob Arminius, James Arminius, and his Dutch name Jacob Harmenszoon or Jakob Hermann) (1560-1609) was a Dutch theologian and (until 1603) professor in theology at the University of Leiden. He wrote many books about theological problems. Arminius was born at Oudewater, Utrecht, on October 10, 1560. Arminius is a Latinized form of Hermannsoon or Hermansen. His father died while Jacobus was an infant, leaving his mother a widow with small children. A priest, Theodorus Aemilius, adopted Jacobus and sent him to school at Utrecht. His mother was slain during the Spanish massacre of Oudewater in 1575. About that year Arminius was sent to study theology at the University of Leiden by the kindness of friends (Rudophus Snellius).
|
|
|
|
|
Op 23 oktober 1576 werd Arminius ingeschreven als student in de ‘artes liberales’ aan de Universiteit van Leiden, het jaar daarvoor gesticht. Hij was, blijkens het Album Studiosorum van de universiteit, de dertiende student die werd ingeschreven.
On 23 October 1576 Arminius was registered as a student in the `artes liberales' at the university of Leiden, the which was founded the ear befor. He was, according to the album Studiosorum of the university, the thirteenth student who was registered.
|
|
|
|
|
|
Hij volbracht zijn studies in de vrije kunsten en de theologie met zoveel glans dat het kramersgilde van Amsterdam hem in 1581 een beurs verschafte voor verdere studie te Genève onder Calvijns opvolger, Thédore Béza; Wtenbogaert was zijn mede-student. Arminius bleef te Genève tot 1586 (al bracht hij in 1583-1584 twee semesters door aan de universiteit van Bazel) en reisde vervolgens naar Italië. In 1587 werd hij als predikant beroepen naar Amsterdam. In 1588 werd Arminius in zijn ambt bevestigd in de Oude Kerk.
|
|
|
Arminius remained at Leiden from 1576 to 1582. His teachers in theology included Lambertus Danaeus, Johannes Drusius, Guillaume Feuguereius, and Johann Kolmann. Kolmann believed and taught that high Calvinism made God both a tyrant and an executioner. Under the influence of these men, Arminius studied with success and had seeds planted that would begin to develop into a theology that would later compete with the dominant Reformed theology of John Calvin. Arminius began studying under Theodore Beza at Geneva in 1582. He was called to pastor at Amsterdam and was ordained in 1588. He was reputed to be a good preacher and faithful pastor.
|
|
|
|
|
|
Vanaf 1591 werd Arminius door een andere Amsterdamse predikant, Petrus Plancius (1552-1622), aangevallen vanwege zijn te rekkelijk geachte visie op de predestinatie (goddelijke uitverkiezing); het conflict werd in 1593 gesust. In 1603 werd Arminius, na een inderhaast verworven doctoraat, hoogleraar theologie te Leiden, zeer tegen de zin van collega-hoogleraar Franciscus Gomarus (1563-1541). Al in 1604 kwamen beiden in aanvaring met elkaar, toen Arminus de leer van de predestinatie trachtte te verzachten (voor Gomarus lag al voor het begin van de Schepping onomstotelijk vast wie verkoren of verdoemd was, voor Arminius niet). Plancius keerde zich opnieuw tegen Arminius en al snel groeide het conflict uit tot een nationale strijd, waarbij Arminius soms van katholieke en Spaanse sympathieën werd beschuldigd. In 1607 werd een commissie ingesteld die een synode moest voorbereiden om het conflict te beslechten (pas in 1618 zou een synode daadwerkelijk worden bijeengeroepen). De Staten van Holland lieten in 1608 de Hollandse leden van de commissie met de twee kemphanen bijeenkomen voor het Hof van Holland. Dit loste niets op, en Arminius en Gomarus werden opgeroepen voor de Staten van Holland te verschijnen. Arminius las daar zijn Verclaringhe voor, zijn beroemdste geschrift. Andermaal werd geen verzoening bereikt. In augustus 1609 belegden de Staten een nieuwe zitting om de twee theologen tot elkaar te doen komen. Arminius tobde al enkele maanden met zijn gezondheid en moest wegens ziekte de vergadering verlaten. Hij stierf thuis, op het Pieterskerkhof te Leiden, op 19 oktober. Zijn volgelingen zouden uiteindelijk het onderspit delven tijdens de Synode van Dordrecht en zich in 1619 als Remonstrantse Broederschap afscheiden van de Gereformeerde Kerk.
|
|
|
|
|
|
Arminius is best known as the founder of the anti-Calvinistic school in Reformed Protestant theology, and thereby lent his name to a movement which resisted some of the tenets of Calvinism - Arminianism. The early Dutch followers of Arminius' teaching were also called the Remonstrants, after they issued a document containing five points of disagreement with classic Calvinism, entitled Remonstrantiœ (1610). In attempting to defend Calvinistic predestination against the onslaughts of Dirck Volckertszoon Coornhert, it is contended that Arminius began to doubt and thus modified some parts of his view. However, in a much less severe way compared to John Calvin's difference on the issue of limited atonement from his Institutes of the Christian Religion to his later commentaries. He became a professor of theology at Leiden in 1603. Jacobus Arminius died in Leiden on October 19, 1609. The theology of Arminianism was not fully developed during Arminius' time, but was systematized after his death and formalized in the Five articles of the Remonstrants in 1610. The works of Arminius (in Latin) were published at Leiden in 1629, and at Frankfort in 1631 and 1635. After his death the Synod of Dordrecht (1618-1619) judged his theology and its adherents anathemas. John Wesley, founder of the Methodist movement, embraced Arminian theology and became its most prominent champion. Today, Methodism remains committed to Arminian theology, and Arminianism itself has become one of the dominant theological systems in the United States.
|
|
|
Hij trouwde 16 september 1590 met Lysbeth Laurensdr. Reael geb. Emden 22 augustus 1569, overl. 25 maart 1648. Zij is een dochter van Laurens Jacobs, zich later ook noemende Reael, geb. Amsterdam 1563, overl. Amsterdam 1601 en dus verwant aan de Probandus (zie artikel over de VOC, en schets hieronder). Bovendien is hun dochter, Geertruyd Arminius (1608-1652) gehuwd 20 juni 1623 met Jacob Rombouts (1604 - 1637). Hij was een zoon van Jacques Rombouts, een broer van Catalyne (Catalina) Rombouts [Gen. 13 Nr.: 6859 STAMBETOVERGROOTOUDER van de Probandus] en Anna de Wilde!
|
He married Lysbeth Laurensdr. Reael 16th September 1590 born Emden 22 Augustus 1569, died 25 March 1648. She was a daughter of Laurens Jacobs, later also known by the name of Reael, born Amsterdam 1536, died Amsterdam 1601 and therefor related to the Probandus (see article of the VOCand drawing above). Moreover their daughter, Geertruyd Arminius (1608-1652) married 20 June 1623 with Jacob Rombouts (1604 - 1637). He was a son of Jacques Rombouts, a brother of Catalyne (Catalina) Rombouts [gen. 13 no.: 6859 TRIBEGREATGREATGRANDELDER of the Probandus] and Anna de Wilde!
|
|
|
|
|
|
|
|
Brief van Laurens Reael aan Johannes Wtenbogaert naar aanleiding van de dood van Arminius Zijn zwager, Laurens Reael, schreef op 20 oktober 1609 deze brief aan de ‘Ghodvruchtige, wijse ende hoochgeleerde here Johanni Wtenbogaert, dienaer des Goddelijcke Woorts te ’sGravenhage’. Reael weet niet wie er verder moeten worden uitgenodigd voor Arminius’ begrafenis. Hij legt dat aan Wtenbogaert voor.
Letter of Laurens Reael to Johannes Wtenbogaert as a result of the death of Arminius. His brother-in-law, Laurens Reael, wrote this letter on 20 October 1609 to Johanni Wtenbogaert, at ‘s-Gravenhage. Reael does not know who should be invited to the burial of Arminius. He explains his problem to Wtenbogaert.
|
|
|
|
|
|
|
Op 14 januari 1610 ondertekenden 44 theologen een acte, waarin zij zich eraan verbonden bij de Staten van Holland en West-Friesland een ‘Remonstrantie’ in te dienen. Zij zetten zo de strijd voort die Arminius had gevoerd met als inzet: herziening van de Nederlandse Geloofsbelijdenis op het punt van de predestinatie. De eerste drie ondertekenaars: de Leidse predikant Van den Borre en Arminius’ vrienden Wtenbogaert en Bertius.
|
|
|
|
|
|
|
|
De twist tussen Remonstranten en Contra-Remonstranten bracht het land op de rand van burgeroorlog. Een resolutie van de Staten van Holland om de vrede in de kerk af te dwingen haalde niets uit, ook al zette de briljante Hugo de Groot zich voor de aanvaarding ervan in. De rellen in verschillende steden verergerden alleen maar. Door in de Haagse Kloosterkerk, waar de prediking contraremonstrants was, ter kerke te gaan koos prins Maurits, de stadhouder, in 1617 openlijk voor de Contra-Remonstranten, wat de sfeer nog grimmiger maakte. De landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt stond het aan de steden toe huurlegertjes (waardgelders) in dienst te nemen om het volk in het gareel te houden. In Leiden trok de arminiaans-gezinde vroedschap zulke huurlingen aan, tot woede van de tegenpartij. De waargelders moesten zich terugtrekken binnen een schans die op de Breestraat, voor het Stadhuis was opgericht. Tenslotte greep prins Maurits in 1618 in. Hij dankte de waardgelders af: alleen het Staatse leger maakte nu de dienst uit. Kort daarna werden o.a. van Oldenbarnevelt en De Groot gearresteerd – van Oldenbarnevelt werd op 13 mei 1619 onthoofd, De Groot tot levenslange opsluiting veroordeeld. Intussen stuurden de Staten aan op een Nationale Synode die korte metten moest maken met de kerkelijke onruststokers, de Remonstranten.
|
The quarrel between the Remonstranten and Contra-Remonstranten brought the country on the edge of civil war. A resolution of the states of the Netherlands to enforce peace in the church had no result, evenif the brilliant Hugo de Groot made a large effort for the acceptance of it. The battles in several cities only worsened. By publicly going to the Convent Church in The Hague, where the preaching was Contra-Remonstrants, prince Maurits, the city holder, in 1617 openly choose for Contra-Remonstranten. By doing so he made the environment still grimer. The country lawyer Johan van Oldenbarnevelt permitted cities to hire small armies (waardgelders) to keep the people at bay. In Leiden th followers of Arminius commissioned such mercenaries, to anger of the adversary. The waargelders had to withdraw themselves within a redoubt which had been set up on the Breestraat, in front of the town hall. In 1618 prince Maurits finally intervened. He sacked the waardgelders: only the ‘Staatse’ army were in charge now. Shortly afterwards, among other things, van Oldenbarnevelt and De Groot were arrested – van Oldenbarnevelt was decapitated on 13 May 1619, De groot was condemned to lifelong imprisonment. Meanwhile the States General saw to it that there was a national synod which had to make shore the Remonstranten would never again be able to manifest itself like it had done.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Lofbrief over Paus Hadrianus van Jacobus Arminius.
De Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes stamt af van de betovergrootouders van Adriaen Florisz. d'Edel ~ Paus Adrianus VI en heeft derhalve dezelfde voorouders!
|
|
|
|
|
|
|
|
NAAR BOVEN / TO TOP OF PAGE
|
|
 |
 |
 |
 |
|
 |