 |
 |
 |
 |
 | Verenigde Oost-indische Compagnie / VOC |
|
|
Verenigde Oost-indische Compagnie VOC
|
|
De VOC-maagd houdt een gelauwerd zwaard in de ene hand en de gezegelde oprichtingsakte in de andere.
|
|
|
|
|
VOC TIJDPERK
De familie van de probandus Marnix Alexander de Paula Lopes heeft een bijzondere plaats ingenomen gedurende het gehele van het VOC tijdperk.
|
|
|
The family of the probandus Marnix Alexander the Paula Lopes has taken a particular place during the whole VOC era.
|
|
|
|
Voorcompagnieën
|
Klik op onderstaande afbeelding om deze te vergroten. Er wordt een nieuw scherm geopend. Als u vervolgens met uw muis rechtonder de afbeelding gaat staan, verschijnt er een vergroot pictogram. Door deze aan te klikken, wordt de afbeelding vergroot en goed leesbaar.
By clicking on the picture below you can magnify it. A new window will be opened. If you go with your mouse to the righthand corner of the image, a pictogram appears with which you kan enlagre the image and thus it will become readable.
|
|
|
|
1e scheepvaart van 1595 tot 1597 naar Oost Indë onder bevel van
|
Gerrit van Beuningen.
|
|
Gerrit van Beuningen was bevelhebber van de eerste scheepvaart van 1595 tot 1597 [Compagnie van Verre] naar Oost Indië. Hoewel de reis geen commercieel succes was, had hij wel bewezen dat vaart naar Azië mogelijk was. De tweede scheepvaart van 1598 tot 1600 [Oude Compagnie] stond onder bevel van Jacob Cornelisz van Neck (zie stukken betreffende de verwantschap met de probandus!). Steven van der Haghen (stambetovergrootouder van de probandus!) werd bevelhebber op de 3e equipage van 1599 tot 1601 [Oude Compagnie]. Jacob Cornelisz van Neck was weer bevelhebber onder de 4e equipage van 1600 tot 1602 [ Oude Compagnie].
|
|
Thuiskomst eerste scheepvaart naar Oost Indië 1597
|
|
|
|
|
|
2e scheepvaart van 1598 tot 1600 & 4e equipage van 1600 tot 1602 naar Oost Indië onder bevel van
|
Jacob Cornelisz van Neck.
|
|
Jacob Cornelisz van Neck was de bevelhebber van de tweede scheepvaart van 1598 tot 1600 [Oude Compagnie] naar Oost Indië nadat de eerste scheepvaart van 1595 tot 1597 [Compagnie van Verre] o.a. onder leiding van Gerrit van Beuningen (zie stukken betreffende de verwantschap met de probandus!) had bewezen dat vaart op Azië mogelijk was. Steven van der Haghen (stambetovergrootouder van de probandus!) werd bevelhebber op de 3e equipage van 1599 tot 1601 [Oude Compagnie]. Jacob Cornelisz van Neck was weer bevelhebber onder de 4e equipage van 1600 tot 1602 [Oude Compagnie].
|
|
|
|
|
Jacob Cornelisz Banjaert, genaamd van Neck (1564-1638). Admiraal, burgemeester en raad van Amsterdam
|
& zijn vrouw Griete Jacobsdr van Rhijn (1585-1652).
|
Tweede scheepvaart naar oost Indië
|
|
Thuiskomst tweede scheepvaart naar Oost Indië 1599
|
|
Thuiskomst tweede scheepvaart naar Oost Indië 1599
|
|
|
|
|
|
3e equipage van 1599 tot 1601 & 1e VOC vloot naar Oost Indië onder bevel van
|
Steven van der Haghen.
|
|
Steven van der Haghen (stambetovergrootouder van de probandus!) werd bevelhebber op de 3e equipage van 1599 tot 1601 [Oude Compagnie] naar Oost Indie. In die rol waren aan hem vooraf gegaan Gerrit van Beuningen (zie stukken betreffende de verwantschap met de probandus!) en Jacob Cornelisz van Neck (zie stukken betreffende de verwantschap met de probandus!). De eerste scheepvaart van Gerrit van Beuningen was van 1595 tot 1597 [Compagnie van Verre]. Hoewel de reis geen commercieel succes was, had hij wel bewezen dat vaart op Azië mogelijk was. De tweede scheepvaart van Jacob Cornelisz van Neck was van 1598 tot 1600 {Oude Compagnie]. Na de 3e equipage van Steven van der Haghen was Jacob Cornelisz van Neck weer bevelheber onder de 4e equipage van 1600 tot 1602 [Oude Compagnie].
|
|
Steven van der Haghen
|
|
|
|
|
|
|
In 1481, werd de navigatie verder verbeterd met de introductie van de astrolabium. Dit was een cirkelvormige instrument dat de hoogte van de zon of de sterren mat. Hiermee kon je de breedtegraad berekenen. Ook bezat het de wiskundige methodes om de afstand uit te werken die men naar het noorden of zuiden had gezeild, gebruikmakend van die breedtegraden.
In 1481, navigation was further improved with the introduction of the brass astrolabe (a circular instrument that measured the altitude of the sun or the stars) to calculate latitude, and mathematical methods of working out the distance sailed north and south using degrees of latitude.
|
|
|
|
|
De vier reizen vonden plaats onder de zogenaamde voorcompagnieën. Om de concurentie tegen te gaan en meer bescherming te zoeken tegen de Portugese vijand, werd door toedoen van Johan van Oldenbarneveld de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) opgericht. Het was Steven van der Haghen die als eerste Admireal onder de naam van de VOC het bevel zou hebben over een vloot van 13 schepen. Het vlaggeschip hete “de Geünieerde Provinciën’. Geurt Dircksz van Beuningen (een familielid van Gerrit van Beuningen én een andere stambetovergrootouder van de probandus!) was één van de medeoprichters en staat met zijn naam in de oprichtingsacte van 20 maart 1602.
The four first voyages took place under the so-called ‘voorcompagnieën’. To reduce the competition and to seek more protection against the Portuguese enemy, plannes were made to unite all the shiping comanies of The Netherlands. It was Johan van Oldenbarneveld who initiated this and which resulted in the very first multi national in the world: The United Eastindia Company, or as the Dutch all it: De verenigde Oostindische Compagnie (VOC). It was Steven van der Haghen who became the first VOC Admiral and thus commanded a fleet of 13 ships. The flagship was called ‘De Geünieerde Provinciën'. Geurt Dircksz van Beuningen (a family member of Gerrit van Beuningen and another ancestor of the probandus!) was one of the founding members of the VOC and can be found in the initial deed of 20th March 1602.
|
|
|
|
|
|
|
Kaart van de wereld in 1570!
|
|
|
|
|
De oprichting van de VOC in 1602 werd voorafgegaan door een periode waarin gelegenheidsondernemingen (zogenaamde Voorcompagnieën) de reizen naar Azië organiseerden. De Portugezen, die tot ongeveer 1590 de handel op Azië beheersten, konden niet meer aan de vraag naar specerijen voldoen, waardoor de prijzen omhoog schoten. Nederlandse kooplieden besloten hierop het Portugese monopolie te doorbreken. De organisatie van de VOC was in de Republiek gedecentraliseerd. In plaatsen waar voorcompagnieën bestonden of in oprichting waren werden nu kamers (zes bestuurlijke en administratieve eenheden) van de VOC gevestigd. Dit gold voor Amsterdam, Zeeland (Middelburg), Rotterdam, Delft, Hoorn en Enkhuizen. Iedere Kamer op zich werd door “Bewindhebbers” bestuurd en had onder meer zijn eigen equipage afdeling en zijn eigen soldij-administratie ten behoeve van de dienaren in Azië en de Kaap die bij één van de zes Kamers in dienst waren.
|
|
|
|
|
|
|
|
The establishment of the VOC in 1602 was preceded by a period in which ‘occasion’ ventures (so-called Voorcompagnieën) organised the travel to Asia. The Portuguese, who mastered until approximately 1590 the trade on Asia, could no longer meet the demands on spices, as a result of which the prices shot high. Dutch merchants decided to break through the Portuguese monopoly. The organisation of the VOC had been decentralised in the Republic. In places where ‘Voorcompagnieën’ existed there were chambers being established (six administrative offices) of the VOC. This applied to Amsterdam, Zeeland (Middelburg), Rotterdam, Delft, Hoorn and Enkhuizen. Every chamber in itself was controlled by "Bewindhebbers" and had among others its own equipage department and administration.
|
Octroye 1602 Vereenigde Oostindische Compagnie
|
Twee van de medeoprichters van de VOC waren onder andere Geurt Dirckz. van Beuningen [Gen. 13 Nr.: 6854 STAMBETOVERGROOTOUDER], een directe voorouder van de Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes en Reynier Adraensz. Paauw, zoon van Adriaen Pauw [Gen. 15 Nr.: 27454 STAMOUDGROOTOUDER]. Zie hiervoor XVIII van deze Octroye waar zij genoemd staan. Ter aanvulling zie ook de artikelen van: Het slot Berckenrode; Van Oldenbarneveldt; Theology; Mayors/ Bailifs - Burgimagiftri en VOC.
|
|
|
De Staaten Generaal der Vereenigde Nederlanden, allen den genen die dezen tegenwoordigen zullen worden vertoont,saluit. Doen te weten: Aangezien de welstand der vereenigde Nederlanden principaalyk is bestaande in de navigatie, handeling en commercie, die uit de zelve landen van alle oude tyden gedreven, en van tyd tot tyd loffelyk vermeerdert zyn, niet alleen met de nabuurige koninkryken, en landschappen, maar ook met de gene die verder van deze landen in Europa, Asia, ende Africa, gelegen zyn, ende dat beneffens de zelve in de naaste thien jaaren herwaarts by eenige principale kooplieden der voorschreve landen, liefhebbers van de navigatie, handeling en commercie, op vreemde landen, in compagnie binnen de stadt Amsterdam opgeregt met groote kosten, moeite en perykelen, by de hand genomen is die zeer loffelyke navigatie, handeling, en traffique op de Oostindiën: daar van de apparentie goed en groot bevonden zynde, waren onlangs daar na by verscheide andere kooplieden, zoo in Zeeland, op de Maas, als in 't Noorderquartier ende Westvriesland, mede gelyke compagnien opgericht, ende de voorscheve navigatie, handeling, ende commercie dadelyk by der hand genomen: 't welk by Ons geconsidereert, ende rypelyk overwogen wezende, hoe veel de vereenigde Landen, ende de goede ingezetenen der zelve daar aan gelegen was, dat de zelve navigatie, handeling en commercie, onder een goede generale ordre, politie, correspondentie, ende gemeenschap, beleyt, onderhouden, en vermeerdert werde, hadden goedgevonden daar toe de Bewindhebbers der voorschreve Compagnie voor ons te beschryven, ende de zelve te proponeren, dat eerlijk, dienstig en profytig, niet alleen voor de vereenigde Landen, maar ook voor allen den genen, die deze loffelyke handeling by de
|
|
hand genomen hadden, ende daar inne waren participerende, zoude wezen, dat de zelve Compagnie vereenigt, ende de voorschreve handeling onder een vaste ende zekere eenigheid, ordre, ende politie, zoude mogen gemeen gehouden, gedreven, ende vermeerdert werden, voor alle de ingezetenen der vereenigde Landen, die daar in zouden believen te participeren: het welk by de Gedeputeerden der zelve Compagnie wel verstaan, ende overzulks, na verscheide communicatien, deliberatien, inductien ende rapporten, tot vereeniging gebragt zynde, hebben wy na rype beraadslaging, daaropgehouden, tot bevordering van den welstant der vereenigde Landen, eensamentlyk het profyt van alle de ingezetenen der zelve, de voorschreve vereeniging geaggreëert ende bevestigt, aggreeeren ende bevestigen by dezen, uit souveraine magt ende authoriteit, ook met vaste wetenschap, onder de pointen, vryheden ende voordeelen, hier naar verklaart. Als in den eersten.
I. Dat in deze equipagie, tot dienst ende profyt van deze Compagnie, de kamer van de Bewindhebbers, binnen Amsterdarn zal hebben te bevorderen ende te bezorgen de helft, de kamer van Zeeland een vierdepart, ende de kameren op de Maaze, Noordholland, ende Wefftvriesland, elk een agtstepart.
I I. Dat, zoo dikwils als het van nooden zyn zal een generale Vergadering ofte Collegie uit de voorschreve kameren te houden, die gehouden zal werden van 17 persoonen, daar in uit de kamer van Amsterdam zullen compareren 8, uit Zeeland 4, uit de Maaze 2, ende van gelyken uit Noordholland 2; wel verstaande, dat de zeventiende persoon by beurten van die van Zeelánd, Maaze ende Noordholland, zal werden in de Vergadering gebragt by de meeste stemmen; van welke persoonen alle zaaken, deze vereenigde Compagnien aangaande, zullen verhandelt worden.
I I I. 't Voorschreve Collegie, als het beschreven zal worden, zal te zamen komen, om te resolveren, wanneer men zal equiperen, met hoeveel schepen, waar men die zal zenden, ende andere dingen, den handel betreffende: ende zullen de resolutien van 't voorschreven Collegie by de voorschreve kameren van Amsterdam, Zeeland, Maaze ende Noordholland geeffectueert, ende in 't werk gestelt worden.
I V. De Convocatie ende Vergadering van 't voorsz Collegie zal gehouden worden de eerste 6 jaaren binnen Amsterdam, ende 2 jaaren daar na in Zeeland, ende zoo voorts gedurende deze vereeniging.
V. De Bewindhebbers, die van wegen deze vereenigde Compagnie van huis zullen reizen, daar toe gecommitteert zynde, 't zy om in het voorschreve Collegie te vergaderen, of in eenige andere besoignes, zullen voor haare daggelden hebben tot de onkosten 4 gulden, de schuit en de wagenvragten daar in niet begrepen ; welverstaande, dat hier in niet begrepen en zyn, die van de eene stadt in de andere reizen, om de respective kameren te frequenteren als regeerders der zelve, de welke geen reisgelden nog daggelden en zullen genieten.
V I. Of 't gebeurde, dat in 't Collegie eenige swaarwigtige zaaken voorvielen, daar in de Collegianten niet wel en konden verdragen, ofte accorderen, ofte daar zy haar zelfs in zouden beswaart vinden, om malkanderen te overstemmen, dat het zelve zal gelaaten worden tot onze verklaring ende decisie, ende 't gene dien aangaande goedgevonden zal worden, zal agtervolgt, ende nagekomen worden.
|
|
V I I. De vereeniging ende Compagnie zal beginnen ende aanvang nemen met dezen jaare 1602. ende zal geduuren tot den tyd van 21 Jaaren agtervolgende, mits dat men t'elken 10 jaaren een generaal slot van rekening zal maaken, ende zal elk een t'einde die jaaren vrystaan, te mogen daar uitscheiden, ende zyn geld na hem nemen, welverstaande dat van de tegenwoordige equipagie ende uitreeding van deze schepen, die binnen dezen jaare zullen uitvaaren, byzonder rekening gedaan zal worden.
V I I I. Ende zullen de onkosten die by de participanten van de eerste rekening in Oostindien, ofte in de engte van Magellanes, daar deze Compagnie getraffiqueert zal hebben, zullen wezen gedaan, ende die de participanten van de volgende rekening te baat zullen mogen komen, ofte tot voordeel strekken, die van de tweede rekening dragen ende gelden de helft, ofte zoo veel min als het Collegie van de zeventhienen zal bevinden in redelykheid te behooren.
I X. Ingevalle eenige participanten, van deze aanstaande reizegeen genoegen hebbende aan deze vereeniging, haar geld na hen begeerende te nemen, ofte de beloofde somme opzeggen, 't zelve mogen doen, mits dat men herlieden geven zal ten advenant van zeven ende een half ten 100, ofte meer, na dat hen toegezegt is.
X. Alle ingezetenen van deze Landen zullen mogen in deze Compagnie participeren met zoo weinig ende veel penningen, als het hen gelieven zal: dan of het gebeurde, dat 'er meer penningen waren aangeboden ofte gepresenteert, dan de navigatie wel zoude vereischen, zullen die gene, die in de Compagnie hebben meer als 30000 gulden, moeten na rato ende proportie hun capitaal minderen, omme anderen plaats te geven.
X I. Ende zullen de Ingezetenen by openbaare affixie van biljetten, ter plaatze daar men gewoonlyk is biljetten te affigeren, binnen den tyd van een maand na dato dezer gewaarschouwt worden, dat zy binnen den tyd van vyf maanden, ingaande primo April eerstkomende, in deze Compagnie zullen worden geadmitteert., ende haare penningen, die zy zullen willen inleggen, mogen opbrengen in 3 termynen, te weten ongevaarlyk een derdepart tot de toerusting voor den jaare 1603. nog een derdepart voor de equipagie van den jaare 1604. ende 't resterende derdepart voor de uitreeding van den jaare 1605. een maand daar naar dat zy daar van, van de Bewindhebbers zullen zyn vermaand; gelyke waarschouwing zal worden gedaan in de maand Maart, voor de equipagie van de eerste 11 jaaren van dezen Octroye, te weten in den Jaare 1612.
X I I. De schepen ; die van de reize wederkeeren, zullen wederom inkomen ter plaatze daar zy uitgezeilt zyn, ende of door fortuin van weder ofte wind die schepen, in het eene quartier uitgaande, aanquamen in het ander, als die van Amsterdam, of van het Noorderquartier in Zeeland of op de Maaze, ofte die van Zeeland in Holland, dat niettemin elke kamer het bewind en de administratie van haare uitgezondene schepen ende koopmanschappen zal behouden, mits dat van de Bewindhebbers van de zelve kamer gehouden zullen zyn, haar zelfs in
|
|
persoon ter plaatze te laaten vinden, daar de schepen ende koopmanschappen aangekomen zyn, ende geenige Facteurs daarover in zullen mogen stellen ; maar ingevalle haar zelfs niet gelegen ware te reizen, dat zy als dan de Bewindhebberen van de kamer, daar de schepen gearriveert zyn, tot d'administratie zullen committeren.
X I I I. Als d'een of d'andere kamer speceryen, ofte andere koopmanschappen van Indiën aangekregen heeft, ende andere kameren geen en hebben, of nog geen en hebben ingekregen, dat in zulken gevalle die kamer, die geprovideert is, de andere kameren op haar verzoek na gelegenheid van de zaak zal provideren, ende elke maal meer zenden, als zy uitverkogt zullen hebben.
X I V. Dat men de rekening van de eguipagie ende uitrusting van de schepen, met de dependentie van dien, zal doen 3 maanden na het vertrek van de schepen, ende een maand daar na copye aan de respective kameren zenden: ende van de retouren zullen de kameren, zoo dikwils zy dies verzogt worden, staat aan malkanderen overzenden, ende de rekening daar van zal men zoo haast sluiten, als doenlyk is, ende de generale rekening na de 10 jaaren zal geschieden in 't openbaar, mits datter alvoren biljetten aangeslagen zullen worden, om elk een te waarschouwen, die over de auditie der zelve zal begeeren te komen.
X V. Ende zullen die kameren gehouden wezen, aan de Provintien of Steden, der welker ingezetenen in deze Compagnie ingelegt zullen hebben 50000 guld., of daar boven, over te zenden, zoo wanneer daar retouren zullen komen, staat van de ingenomen cargasoenen, als ook staat van de penningen gemaakt van de verkogte koopmanschappen, by zoo verre zy van de Provintien ofte Steden zulks te doen verzogt worden.
X V I. Ende zoo eenige Provintien goedvonden eenen Agent te stellen, de welke de penningen uit de inwoonders van de respective Provintien verzamelde, om die in een masse te leggen, ende van de retouren ende inkomsten betaling te vorderen, zal die kamer, daar zoodanigen Agent de penningen ingebragt heeft, den zeven moeten toelaaten acces in de voorsz kamer, om aldaar geinformeert te mogen worden van den staat van den uitgeven ende inkomen, mitsgaders de uitschulden ende inschulden, van den comptoire, behoudens dat die penningen, by den voorsz Agent ingebragt, zullen monteren ter somme van 50000 guld., ofte daar boven.
X V I I. Als 'er van de retouren 5 ten 100. in kasse zal wezen, zal men aan de Participanten uitdeeling doen.
X V I I I. Ende zullen de respective kameren bedient worden by de tegenwoordige Bewindhebbers, als namelyk, de kamer van Amsterdam by Gerard Bikker, Reinier Paauw, Pieter Dirksz Hasselaar, Jaques de Felaar, Jan Jansz Carel, Bernard Berewyns,Johan Poppe, Hans Hunger, Hendrik Buik, Louis de la Becque, Dirk van Os, François van Hove, Ellert Lucasz, Isaac le Meer,Siwert Pietersz Hem, Gerard Reynst, Marcus Vogelaar, Jan Harmensz, Geurt Dirksz, Huibregt Wagtmans, Leonard Ray,Albert Simonsz Jonkhein, ende Arent ten Grootenhuize.
XIX. De kamer van Zeeland by Adriaan Henriksz ten Haaf, Jacob Boreel,
|
|
Jan Lambrechtsz Coele, Jarob Pietersz de Waard,Cornelis Meuninks, Adriaan Bommenee, Laurens Bacx, Everhart Bekker, Aarnout le Clercq, Aarnout Verhoeven, Gerard van Schoonhoven, Nicolaas Pietersz, Balthasar van Vlierden, ende Balthasar de Moucheron.
X X. De kamer van Delft by Jan Jansz Lodestein, Arent Jacobsz Lodestein, Dirk Bruinsz van der Dussen, Gerard Dirksz Meerman, Cornelis Adriaansz Bogaard, Michiel Jansz Sasbout, Willem Joosten Dedel, Dirk Gerritsz Meerman, Jan Raad, Jacob Sandersz Balbiaan, Henrik Otte, ende Jaspar Meerman.
X X I. De kamer van Rotterdam by Fob Pietersz van der Meyden, Willem Jansz Frank, Gerrit Huigens, Pieter Leonardsz Busch,Johan van der Veecken, Willem Jansz van Loon, Jan Jacobsz Mus, Adriaan Spierink, Cornelis Matelief de Jonge.
X X I I. De kamer tot Hoorn by Claas Jacobsz Syms, Cornelis Cornelisz Veen, Willem Pietersz Crap, Pieter Jansz Liorne.
X X I I I. Ende de kamer tot Enkhuizen by Lucas Gerritsz, Willem Cornelisz de Jonge, Jan Pietersz Schram, Henrik Gruyter, Jan Laurisz van Loofen, Dirk Dirksz Peller, Gysbregt van Berenstein, Barthout Jansz Steenhuizen, Jacob Jacobsz Hinloopen,François du Gardyn, ende Willem Brasser.
X X I V. Eenige van de voorsz Bewindhebbers komende aflyvig te worden, ofte anderzins uit den dienst te scheiden, zal die plaats onvoorzien mogen blyven, ende niemant in de afgestorvene of uitgescheiden plaats moeten gesurrogeert worden, 't en ware die van de zelve kamer anders goedvonden, tot dat de Bewindhebberen der respective kameren gekomen zullen wezen op 't navolgend getal.
XXV. De kamer van Amsterdam op 20 persoonen, die van Zeeland op 12, die van Delft op 7, die van Rotterdam op 7, die van Enkhuizen mede op 7, ende die van Hoorn op gelyk getal.
X X V I. Maar yemant van 't voorschreve getal komende te sterven, ofte ook anders uit den dienst te geraken, zullen de andere Bewindhebbers van de kamer, daar zulks gevalt, binnen den tyd van 2 ofte uiterlyk 3 maanden nomineren drie bequame gequalificeerde persoonen, ende de zelve de Heeren Staaten van de Provintie, daar het Collegie resideert, of den genen, by henluiden daar toe te committeren, voordragen, om een daar uit in de plaats van den overleden, of die uit den dienst anderzins is geraakt, gekoren te worden, na de ordre daar opgenomen.
X X V I I. De Bewindhebbers zullen op eere, eed, en vromigheid, solemnelyk beloven, dat zy zich in haare administratie wel en getrouwelyk zullen dragen, goede ende deugdelyke rekening houden ende doen, ende de meeste van de Participanten niet meer voordeels doen, in het opbeuren van de penningen, tot de uitreeding noodig, ende uitdeeling van de retouren, als de minste.
X X V I I I. Ende die na dezen tot Bewindhebbers zullen worden gekoren; zullen van hun eigen in de Compagnie moeten resiqueren, elk ten minsten 1000 ponden vlaams, dan de Bewindhebbers tot Hoorn ende Enkhuizen zullen mogen volstaan, mits inleggende ten minsten 500 gelyke ponden.
XXIX. Zullen voorts genieten voor provisïe van uitreedinge
|
|
1 ten 100., en ook zoo veel van de retouren, welke provisie zal verdeelt worden, de kamer van Amsterdam de helft, de kamer van Zeeland een vierde part, ende de kamer van de Maaze ende Noordholland elk een agtste part, zonder reguart te nemen of d'een ofte d'ander meer ofte min penningen inbrengt, ofte speceryen als zyn contingent verkoopt.
XXX. Met verstande, dat de Bewindhebberen niet zullen mogen tot laste van de Compagnie te brengen, eenige provisie van penningen voor de Compagnie te ligten, ofte de waaren te beneficieren, nogte iemant anders committeren tot laste van de Compagnie, omme de uitreeding te bevorderen, ende de waaren, daar toe noodig, te koopen.
X X X I. Ende dat den Boekhouder, Cassier, ende dienaar, ofte kamerbode, zal gesalariseert worden van de Bewindhebberen van elke respective kamer, zonder zulks te mogen brengen tot last van de Participanten.
X X X I I. Of 't gebeurde, dat onder d'een ofte d'ander kamer yemant van de Bewindhebbers in zulken staat geraakte, dat hy niet en konde voldoen, 't geen hem zyne administratie aangaande betrouwt ware, ende daar door eenige schade mogt komen; zal zulks wezen tot laste van de penningen, onder de zelve kamer resorterende, ende niet tot schade van de generale masse; dies zullen de penningen, welke de Bewindhebbers in deze Compagnie hebben specialyk verbonden zyn voor haare administratie.
X X X I I I. De Bewindhebbers van de respective kameren zullen responderen voor haare Cassiers.
X X X I V. Ende op dat het voornemen van deze Compagnie met meerder vrugt mag uitgevoert worden, tot welstand der geunieerde Provintien, conservatie ende augmentatie der neering, mitsgaders tot profyt van de Compagnie, zoo hebben wy de voorsz Compagnie geoctroyeert ende geaccordeert, octroyeren ende accorderen mits dezen, dat niemant, van wat qualiteit ofte conditie die zy, anders dan die van de voorsz Compagnie uit deze vereenigde Landen zal mogen vaaren, binnen den tyd van 21 jaaren eerstkomende, beginnende met dezen jaare 1602. incluis, Beoosten de kaap de Bonne Esperance, ofte door de straat van Magellanes, op de verbeurte van de schepen en goederen, blyvende in haar geheel de concessien voor dezen gegeven aan eenige Compagnie, omme te vaaren door de voorsz straat van Magellanes, behoudelyk datze hare schepen uit deze Landen zullen afzenden binnen 4 jaaren na dato dezes, op pene van te verliezen 't effect van de voorsz concessie.
X X X V. Item, dat die van de voorsz Compagnie zullen vermogen Beoosten de kaap de Bonne Esperance, mitsgaders in ende door de engte van Magellanes, met de Princen ende Potentaten verbintenis te maaken, ende contracten op den naam van de Staaten Generaal van de vereenigde Nederlanden, ofte Hooge Overheden der zelve, mitsgaders aldaar eenige fortressen ende verzekertheden te bouwen, gouverneurs, volk van oorlog, ende officiers van justitie, ende tot andere noodelyke diensten, tot conservatie
|
|
van de plaatzen, onderhouding van goede ordening, politie, en justitie, eenzamelyk tot vordering ende nering te stellen, behoudelyk dat de voorsz gouverneurs, officiers, volk van justitie, en volk van oorlog, zullen eed van getrouwigheid doen aan de Staaten Generaal, ofte de Hooge Overigheid voorsz, ende aan de Compagnie, zoo veel de nering ende traffycque aangaat, ende die zullen de voorsz gouverneurs ende officiers van justitie afstellen, by zoo verre zy bevinden dat de zelve hen qualyk ende ontrouwelyk dragen, met dien verstande, dat zy lieden de voorsz gouverneurs ofte officiers niet en zullen beletten herwaarts over te komen, om haare doleantien ofte klagten, zoo zy eenige meenen te hebben, aan ons te doen, ende dat die van de Compagnie t'elker wederkomst van de schepen gehouden zullen wezen de Heeren Staaten Generaal te informeren van de gouverneurs, ende officieren, die zy in de voorsz plaatzen zullen hebben gesteld, omme haare commissie als dan geaggreëert ende geconfirmeert te worden.
X X X V I. Ende zoo die van de voorsz Compagnie op eenige plaatzen bedrogen en qualyk gehandelt worden, of dat in 't vertrouwen van eenige penningen of koopmanschappen de zelve, zonder restitutie ofte betaling daar van te genieten, gehouden wierden, dat zy die schade naar gelegenheid der zaake, na dat zy best vermogen zullen, doen repareren, door alzulke middelen, als men gevoegelyk zal konnen: Behoudelyk dat de schepen hier te lande wederkomende, zy rapport zullen doen van de gelegenheid van de zaak, aan 't Collegie van de Admiraliteit, in 't quartier daar die zullen aankomen, met verstande, dat die van 't voorsz Collegie eenige verklaaring doen, daar by die van deze Compagnie haar vinden beswaart, zy lieden daar van aan ons zullen mogen provoceren, ende zullen de goederen onder behoorlyke inventaris gebeneficeert worden, by die van de Compagnie, 't en ware iemant anders dan den Fiscaal hem party maakte, ende de ingebragte goederen reclameerde, in welken gevalle de voorsz goederen geadministreert zullen worden, gelyk van de sententie van die van de Admiraliteit verklaart zal worden te behooren.
X X X V I I Of het gebeurde, dat die schepen van Spangien, Portugal, of onderwegen vyanden, die schepen van deze Compagnie vyandelyk aantasten, ende in 't vegten eenige der vyanden schepen verovert wierden, dat de zelve veroverde schepen ende goederen zullen verdeelt worden na de ordre van den Landen, te weten het Land ende Admiraal genietende daar van haare geregtigheid, mits dat vooren afgetroken zal worden die schade, die de Compagnie in die rescontre zal geleden hebben, ende zullen die van de respective Admiraliteiten, daar de schepen zullen aankomen, de kennisse nemen van de deugdelykheid van den prinse, blyvende pendentelyk de administratie van de goederen by die van de Compagnie onder behoorlyke inventaris, zoo vooren gezegt is, ende den gegraveerden by sententie vrygehouden te provoceren.
X X X V I I I. Dat de speceryen, Chinesche zyde, ende kattoene lywaten, die by de Compagnie uit Oostindiën
|
|
zullen worden gebragt, in 't inkomen nogte uitgaan, niet meer zullen worden belast, als die nu belast zyn, volgende de lyst ende de generale verklaaring, nopende de goederen in dezelve gespecificeert, ende in 't einde van dien gestelt.
X X X I X. Dat men geen schepen, geschut nogte ammunitie van deze Compagnie zal mogen nemen tot dienst van den Lande, dan met consent van de Compagnie.
X L. Item, dat de speceryen van de Compagnie zullen verkogt worden op eenerlei gewigt, in de swaarte van die van Amsterdam.
X L I. Dat die van de Compagnie in de respective kameren zullen vermogen haare speceryen te overslaan, het zy binnen scheepsboord ofte inde pakhuizen, ende dat zonder daar van eenige accys, impost, ofte waaggeld te betalen, mits dat die speceryen op haar voorsz gewigt niet zullen worden getransporteert, maar verkogt zynde, gewogen zullen worden, ende 't regt van de waag betalen zullen, gelyk andere goederen, de waag subject zynde, zoo dikmaal als die zullen verkogt, ofte verlevert worden.
X L I I. Item, dat men geen Bewindhebbers haare persoonen ofte goederen zal mogen belasten ofte bekommeren, om van de zelve te hebben rekening van haare administratie in de voorsz Compagnie, nog ter cause van gagie van eenige commizen, schippers, stuurluiden, ende bootsgezellen, ofte andere persoonen ten dienste der Compagnie aangenomen; maar die dezen aangaande iet tegen haar zal willen pretenderen, zal gehouden zyn de zelve te trekken voor haare ordinaris Rechters.
X L I I I. Dat de provoosten van de Compagnie zullen mogen apprehenderen aan Land het scheepsvolk, dat hem in dienst heeft begeven, ende de geapprehendeerde t'schepe mogen brengen, het zy in wat steden, plaatzen, of jurisdictie van dien, de zelve zouden mogen bevonden worden, mits dat de voorsz provoosten daar toe te vooren zullen aanspreken den Officier ende Borgermeester van de stadt ende plaats.
X L I V. Ende tot erkentenis ende recognitie van dezen Octroye, ende 't gene voorsz is, zullen die van de voorsz Compagnie aan ons betalen de somme van 25000 ponden, tot 40 grooten Vlaams 't stuk, die wy inleggen in de equipagie van de eerste 10 jaaren ende rekening, daar van tot profyt van de Generaliteit genoten ende gedragen zal winst ende risicque, gelyk alle andere Participanten in deze Compagnie zullen genieten ende dragen.
X L V. Ende wanneer eenige schepen van de reize zullen wederkeeren, zullen de generaals ofte commandeurs over de vloote, schip ofte schepen, gehouden wezen in 't aankomen te doen rapport van haare reize, ende daar van schriftelyk relaas, zoo zulks vereischt word, over te geven.
X L V I. Alle welke poincten, voordeelen, ende vryheden, hier boven verhaalt, Wy geordonneert hebben, ende ordonneren mitsdezen dat agtervolgt ende onderhouden zullen worden by allen ende eenen iegelyken van de onderzaten ende ingezetenen der vereenigde Landen, zonder daar tegens, directelyk ofte indirectelyk, nog binnen de vereenigde Landen, nog daar buiten, te doen ofte doen doen, in eeniger manieren, op pene van daar over als beletteren van het gemeene beste der Landen ende overtreders van onze ordonnantie
|
|
ende bevelen, aan lyf ende goed gestraft te worden: Ontbieden daarom ende bevelen wel expresselyk aan alle Gouverneurs, Justicieren, Officieren, Magistraaten ende inwoonders der vereenigde Landen, dat zy die voorsz Bewindhebbers rustelyk, ende vredelyk laaten genieten, ende gebruiken het volkomen effect van dezen Octroye, Consent ende Privilegie, cesserende alle contradictien ende empeschementen ter contrarie, want wy 't zelve ten dienste van den Lande bevonden hebben alzoo te behooren.
Gegeven onder onzen Zegel ende Signature van onze Greffier, in 's Gravenhage den 20den Maart des jaars 1602.
|
|
|
Oost-Indië huis
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Vergadering van de Heren XVII
|
in het Oost-Indië huis te Amsterdam
|
|
|
|
|
|
De Kamer van Amsterdam waar 'de Heren zeventien' vergaderden
The Chamber of Amsterdam where the 'de Heren zeventien' had their meetings
|
|
|
|
|
De Compagnie ontving van de Staten-Generaal een handelsmonopolie voor het gebied gelegen ten oosten van Kaap de Goede Hoop tot Straat Magelan. De Compagnie ontving ook enkele soevereine rechten: het recht in haar handelsgebied een legermacht te bezitten en om diplomatieke contracten met Aziatische bestuurders te sluiten.
|
|
|
De VOC werd bestuurd door de Heeren XVII, afgevaardigden van de zes VOC-kamers. De VOC werd gefinancierd met particulier kapitaal in de vorm van aandelen, dat bovendien niet na afloop van een reis werd terugbetaald. Beslissend voor het succes van de onderneming was het feit dat de heren XVII besloten hadden aandelen aan het grote publiek uit te geven, waarmee men dan in de maatschappij deelnam. De aandelen, meestal met een nominale waarde van Hfl. 3000,-, werden niet fysiek uitgegeven, maar men noteerde in een aandelenboek alle inschrijvingen en aan en verkopen hiervan. De participant werd een bewijs gegeven van inschrijving van gestort kapitaal in de onderneming.
|
|
|
|
|
The company received from the ‘Staten-Generaal’ a trade monopoly for the area lain at the east of Cape Hope to street Magelan. The company also received some sovereign rights: the right to have an army in its trade area and to close diplomatic contracts with Asian governors. The VOC were controlled by the ‘Heeren XVII’, delegates of the six VOC-chambers. The VOC were financed with private capital in the form of shares, which were not paid back after a travel. Decisive for the success of the venture was the fact that the ‘Heeren XVII’ had to issue private shares to the general public, with which one then took part in the company. The shares, generally with a nominal value of Hfl. 3000, -, were all registrated and noted in a share book. The participant was given a certificate of registration of paid capital in the venture.
|
|
|
Het begin van de VOC / The beginning of the VOC
|
De VOC Reizen van Steven van der Haghen [Gen. 13 Nr.: 6848 STAMBETOVERGROOTOUDER]. Hij is de 6848e persoon in de Kwartierstaat van Marnix Alexander de Paula Lopes en komt voor in de 13e generatie (zie onderaan deze pagina de subpagina voor het bewijs van afstamming). Steven van der Haghen is één van de groote figuren uit de aanvangstijd van de vaart op Indië. Hij is eerst in dienst geweest van den Hoornse reeder Reynier Pietersz. van Twisk, vaart voor het eerst met het Nederlands schip "de Wittel Leeuw" door de Straat van Gibraltar naar Italië. Hij commandeert in 1597 twee schepen naar de goudkust.
|
|
|
|
|
Hij gaat in 1599 als vlootcommandant over 3 schepen van de Compagnie Van Verre (1599 - 1601) [deze drie schepen zijn in het wapen als symbool opgenomen: ZON / MAAN / MORGENSTER] naar Indië en legt in mei 1600 de grondslag van de Nederlandsche macht in de Molukken.
|
|
|
|
|
In 1602 is hij terug in Holland en treedt hij net na de oprichting van de VOC op 18 December 1603 op als de commandant [Admiraal] van de eerste vloot der Vereenigde Oostindische Compagnie. Zijn vlaggeschip is de Geunieerde Provinciën met Simon Jansz. Hoen als Schipper. Het schip is op een doek [van Cornelis Verbeeck] hieronder in het midden te zien met de gele vlag. N.B. zijn vader Andries van der Haghen [Gen. 14 Nr.: 13696 STAMOUDOUDER] komt voor in het eerste aandeelhoudersregister van de Kamer van Amsterdam der Vereenigde Oostindische Compagnie van 1602. Hij was aandeelhouder voor 300,- gulden.
|
|
|
|
|
|
The VOC travels of Steven van der Haghen [ gen. 13 No.: 6848 STAMBETOVERGROOTOUDER]. He is the 6848th person in the Pedigree of Marnix Alexander de Paula Lopes and is present in the 13th generation (please see at the bottom of this page the subpage with proof of anscestry). Steven van der Haghen is one of the main characters at the beginning of the sea voyages to the East Indies. He first has been in service of the Hoornse schipping company of the Reynier Pietersz. van Twisk with the Dutch ship "the Witte lion". He sailed via the street of Gibraltar to Italy. In 1597 he commands two ships to the gold coast. In 1599 he works as fleet commander for the company ‘van Verre’. He commanded three ships; ZON / MAAN / MORGENSTER [all are shown as symbols on his family crest] to the Indies and lays in may 1600 the basis for Dutch power in the Molukken.
|
|
|
Autobiografie Steven van der Haghen
|
Hieronder: "Steven van der Haghen’s Avonturen van 1575 tot 1597 door hem zelven verhaald", geschreven tussen midden 1608 en augustus 1611 door Steven van der Haghen persoonlijk in opdracht van zijn advocaat Arnoldus Buchellis in het kader van zijn geschil met de VOC over zijn salaris en andere beloningen.
|
|
|
|
|
|
In 1602 he is back in The Netherlands and acts, after the establishment of the VOC on 18 December 1603, as the first commander [ admiral ] of the United Dutch East Indies Company (VOC). By the way, his father Andries van der Haghen [Gen. 14 Nr.: 13696 STAMOUDOUDER] presents himself as one of the first shareholders in the register of the Chamber of Amsterdam of the United Dutch East Indies Company (VOC) in 1602. He was shareholder for 300, - guilders.
|
|
|
|
|
|
On Dec 18th, 1603, a Dutch VOC-fleet sailed from Holland to Mozambique, Indonesia, Ambon, Bantam, the Moluccas, Tidor and Ternate, one of the world's most volatile volcanic belts. The Fleet consisted of twelf heavily armed VOC ships. Both "De Gelderland" and "De Duyfken",the smallest but fastest ship of the Fleet, were part of this VOC fleet. On a later journey (1606) it was "De Duyfken" that found the northern coast of a huge continent: Australia. In 1605 orders were sent from the VOC headquarters in Amsterdam to the Governor of the Spice Islands. "‘There must be more charting, mapping and exploring of the lands further east of the Spice Islands and a renewed search for a passage through to the Pacific Ocean" This exploration required a man of courage and determination and Admiral van der Haghen had no hesitation in recommending Captain Janszoon to the Governor. Janszoon, a natural leader and skilled navigator, was chosen for the hazardous voyage to the unknown. It was also thought that the small Duyfken, with its shallow beam, would be ideal for exploring the coastlines in uncharted shallow waters.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De originele instructies hierboven zijn van de VOC aan Admiraal Steven van der Haghen gedateerd op 29 oktober 1603 [1e VOC vloot]. Pas bij de opening op volle zee van zijn geheime instructies vernam de admiraal de oorlogzuchtige bedoelingen van de Compagnie. Hij was door de bewindhebbers opzettelijk onkundig gehouden van de opdracht een aanvallende oorlog te moeten voeren. Bekendmaking van de instructies wekte grote beroering onder het scheepsvolk, waarvan velen niet hadden aangemonsterd om te gaan vechten. De ommezwaai van handelsvaart naar oorlogsvoering kwam voor menigeen als een complete verrassing. [KLIK HIER VOOR DE TRANSCRIPTIE: Instructie ende Ordonnantie [44 KB]
]
|
|
|
|
|
|
Het schaalmodel van de Geunieerde Provintien. Foto op speciaal verzoek gemaakt door de modelbouwer Cor Emke.
|
De reconstructie van het vlaggeschip van Steven van der Haghen. Stambetovergrootouder van de Probandus Marnix Alexander de Paula Lopes [Gen. 13 Nr.: 6848]
|
|
|
|
|
|
|
|
In 1605 veroverd Steven van der Haghen Amboina (AMBON) en verjoeg de Portugezen uit de Molukkenen Hij vestigt definitief de macht van de Compagnie op Ambon. Hij herovert op de Portugezen het door hem gestichte 'Kasteel van Verre' en doopte Fort Leitimor om tot Fort Victoria (gebouwd door de Portugesen in 1580). Van de andere Molukken-eilanden werden de Portugezen ook verdreven.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Fort Leitimor -> Fort Victoria
|
Fort Nieuw Victoria - 27 Februari 1605, Van der Haghen, menulis: “Pada tanggal 27 bulan ini untuk pertama kalinya Laksamana turun ke darat dan pergi ke benteng.
|
Di sana Firman Allah diberitakan disertai pengucapan syukur kepada Allah Yang Maha Kuasa berkenan menganugerahkan kepadanya kemenangan besar bagi Tuan-tuannya di negeri Belanda.”
|
Dan pada saat itulah Kota Ambon terlahir, sekaligus bukti tunduknya rakyat maluku terhadap Penjajahan.
|
Fort Leitimor -> Fort Victoria
|
|
|
|
|
|
|
|
In 1605 Steven van der Haghen conquered Amboina (AMBON) and drove off the Portuguese from the Molukken. He definitively establishes the power of the Company on Ambon. He reconquers from the Portugeses his founded castle ‘van Verre’ and baptised fort Leitimor to fort Victoria (built by the Portuguese in 1580). The Portugeses were also dissipated from other Mollukken islands.
|
|
|
|
|
Door vestiging van het Nederlandse oppergezag op Amboina door Steven van der Haghen, waar Frederik de Houtman optreedt als Gouverneur, worden de eerste souvereiniteitsrechten uitgeoefend waarmee het Hollandsche koloniale rijk een aanvang neemt.
|
|
|
1605, daechs naer ouergave casteel van Ambona
|
|
|
|
In beginperiode fungeerde de admiraal Steven van der Haghen als de hoogste functionaris in Azië. Alle compagniesdienaren waren aan hem ondergeschikt. Met de thuisreis van een admiraal kwam een einde aan zijn leiderschap. In 1606 is hij weer terug in Holland. In 1613 vergezelt hij als eerste ´Raad van Indië´ de nieuwbenoemde Gouverneur-Generaal Gerard Reynst. In 1617 en 1618 treedt hij op als Gouverneur-Generaal van Amboina.
|
|
|
|
Remonstrantie & Vertoch aende Staten Generaal
|
In de Resolution den Staten Generaal vinden wij op 11 Aug. 1611 aangeteekend : "Is gelesen de requeste van Steven van der Haghen, de compaignie van 0. I. gedient hebbende als admirael, ende goetgevonden dat men die sal recommandeeren aen de XV11 Bewinth." [zie stukken hieronder!].
|
|
|
|
|
|
In Mei 1619 neemt hij deel aan de verovering van Jacatra. Op 7 October van dat jaar repatrieert hij en vestigt hij zich in Utrecht. Heeren-XVII erkennen hem officieel als grondlegger van het Hollandsche gezag op Ambon bij hun besluit van 30 September 1620.
|
|
|
By establishment of Dutch superiority on Amboina by Steven van der Haghen, where Frederik de Houtman acts as a Governor, the first sovereign rights were exercised with which the Dutch colonial realm takes a commencement. In the beginning the admiral Steven van der Haghen acted as the highest official in Asia. All those who served in the company were subordinate to him.
|
|
|
|
|
With the journey home of an Admiral there also came an end to his leadership. In 1606 he is back in The Netherlands. In 1613 he accompanies the new Governor General Gerard Reynst as a first 'Council of the Indies ' In 1617 and 1618 he acts as Governor Generaal of Amboina.
|
|
|
|
|
|
In May 1619 he takes part in the conquest of Jacatra. On his repatriation on the 7th of October of that year he establishes himself in Utrecht. The ‘Heeren-XVII’ recognise him officially as founder of the Dutch authority on Amboina at their decision of 30 th September 1620.
|
Erkenning / Recognision
|
Geërgerd over de aanmatiging van Frederik de Houtman, Gouverneur van Ambon, die op een kaart van Ambon dienst portret als veroveraar van dat eiland had doen schilderen, kreeg hij 20 september 1620 van de Heeren XVII de genoegdoening, dat deze zou worden verwijderd en vervangen door een andere, waarop hij zelf zijn eigen beeltenis kon doen afmalen.
Annoyed about the proclamation of Frederik de Houtman, governor of Ambon, who had a painting made of Ambon and portraited himself on it as the conqueror of that island, Steven van der Haghen got the satisfaction of ‘de Heeren XVII’ on September 20th 1620 that this painting would be removed and replaced by another, on which he himself could put his own image.
|
|
|
|
|
|
|
Van Buchell vertrekt naar Amsterdam, in gezelschap van den admiraal Steven van der Hagen, wiens partij hij immer opneemt. Vooral de vraag, wie eigenlijk het eiland Amboina veroverd heeft, interesseert Van Buchell. Hij vertelt van een geschilderde kaart in de vergaderzaal te Amsterdam, die Houtman had laten maken en waarop deze zijn levensgroot portret had doen schilderen. Hierover had Van der Haghen zich zeer beklaagd, „seggende dat hem de eere van de conqueste dier landen toequam ende geensins Houtman, die veeleer met sijne gemutineerde, sooveel in haer was, hadde gearbeyt, om het casteel te doen springen ende het lant te verlaten" ). Nog enkele malen komt hij op deze aangelegenheid terug. O. a. merkt hij op, dat Van der Haghen voor alles wat hij gedaan heeft, niet de minste belooning heeft ontvangen, ja niet eens wat hem wettig toekwam, terwijl de Compagnie aan Houtman vereerde „een groote vergulde cop, daer het eylant Amboyne op gedreven stont", en later nog zijn gage op f 400 per maand bracht.
|
|
|
|
|
Verder geeft hij te kennen, hoe volgens een der bewindhebbers (Jan Harmansz.) wel Van der Haghen het eiland had veroverd, maar dat hij „de papen en de paepsgesinde Portugesen daer hadde laten blijven tot ondienst van ons lant", en dat dezen zich gelukkig achtten in de handen te zijn gevallen „van soo een goedertieren overste die haere religie toegedaen was. Dit acht Van Buchell de reden, waarom men eigenlijk tegen Van der Haghen was: „Hinc omnis in illum odii ac aversionis causa. Ego ante 8 annos Apologiam ipsi ea de re feci, quam videre qui vult poterit; est nam pluries descripta").
|
|
|
|
In het Oost-Indisch Huis in het centrum van Amsterdam, dat als bestuurs- en administratiekantoor diende voor de Amsterdamse kamer van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), hangt het betreffende schilderij. Naast de vergaderingen van de 20 bewindhebbers van de Amsterdamse kamer, vonden hier ook meestal de vergaderingen plaats van de Heren XVII, de 17 leden tellende centrale directie van de VOC.
|
|
|
|
|
|
De binnenplaats van het Oost-Indië huis.
|
|
|
|
|
|
|
|
Van Buchel is korte tijd, tegen zijn zin, een van de bewindhebbers van de VOC geweest. In die functie steunde hij admiraal Steven van der Hagen die, ondanks zijn grote verdiensten, als katholiek gewantrouwd werd. Omstreeks 1620 bracht Van Buchel een bezoek aan de admiraal, toen die op slot Zuilen woonde. In de Monumenta schrijft hij niets over deze verwikkelingen, alleen over de familiewapens en de exotische voorwerpen die er te zien waren.
|
|
|
|
|
|
|
|
Monumenta passim in templis ac monasteriis Trajectinae urbis atque agri inventa
Cum nuper ammiralem Oostindiae (sic vocant praefectum classis Indiae Orientalis), Stephanum van der Haghen, in arce Zulena ad Vechtam flumen habitantem, inviserem, illamque perlustrarem vidi, firmis adhuc muris ac tecto recentiore structuram, a comite Rennenbergio factam vel restauratam, cuius insignia cum Culemburganis passim in vitris spectantur. * In sacello vero vetustioris structurae, vitris non omnino integris, haec signa supersunt: * Ibidem vidi inter alia exotica cornu animalis cuiusdam, magnitudinis bovini vel equini, cuius tamen ipse archithalassus formam non viderat, cum ex silvis ei adferretur illud cornu a suis. * In de capel tot Zuylen leyt gelijcke sarck als tot Westbroeck, met de quartieren in de hoecken, om de cant hebbende dese woorden: Hier leyt begraven het hart van den eedelen heeren, heer Willem, vrijgrave zoe Rennenberch, heer tot Zuylen ende Westbroeck ende Oldenhoern. Ad parietem lateris dextri: In 't jaer ons Heeren MVcXLVI, den XVIII dach in julio, so is oflivich geworden den eedelen ende wailgeboren heeren, heer Willem, vrijgraeff zoe Rennenborch, heer tot Zuylen en Westbroeck, ende heer tot Oldenhoornen, daer 't hart in dese capelle off is begraven, ende het ingewant in de Westbroeck ende het lichaem tot Oostbroeck. Godt heb de ziele. Post destructionem monasterii, cadaver inde ad Zulenos in loculo plumbeo est translatum.
|
De Monumenta van Aernout van Buchel [Slot Zuylen @1620]
Onlangs heb ik een bezoek gebracht aan Steven van der Haghen, admiraal van Oost-Indië, zoals de bevelhebber van de Oost-Indische vloot heet. Hij woont op slot Zuylen aan de Vecht, en toen ik het eens goed bekeek, zag ik dat het bouwwerk stevige muren en een nog vrij nieuw dak had. Het kasteel is gebouwd of herbouwd door graaf Rennenberg, wiens familiewapens met die van Culemborg overal in de ramen te zien zijn. * In de kapel, die veel ouder is, zijn in de niet helemaal gave ramen, deze wapens nog aanwezig: * Ik zag daar ook tussen andere exotische voorwerpen een hoorn van een of ander dier, ter grootte van een rund of een paard. Hoe het beest eruit zag, had de admiraal zelf niet gezien, want die hoorn hadden zijn mannen in de bossen gevonden. * In de kapel van Zuylen ligt net zo'n zerk als in Westbroek, met de kwartieren in de hoeken, en langs de kant staan deze woorden: Hier ligt begraven het hart van Willem, vrijgraaf van Rennenberg, heer van Zuilen, Westbroek en Oldenhoorn. Aan de muur rechts: Op 18 juli 1546 is gestorven Willem, vrijgraaf van Rennenberg, heer van Zuilen, Westbroek en Oldenhoorn. Zijn hart is in deze kapel begraven, zijn ingewanden in Westbroek, en het lichaam in Oostbroek. God hebbe zijn ziel. Na de afbraak van het klooster is het stoffelijk overschot vandaar in een loden kist naar Zuilen overgebracht.
|
|
|
VOC dagboek Arnoldus Buchelius
|
|
|
|
Steven van der Haghen's kleinzoon wordt naar hem genoemd (zie XI 1712). Hij trouwt met Maria Reael (zie XI 1713). Maria Reael´s grootvader van vaderszijde is Jan Pietersz Reael (zie XIII 6852). Jan Pietersz neemt voor het eerst de naam REAEL aan. Hij is Regent in 1598 van het Sint Jorishof, Schepen in Amsterdam in 1579. Jan Pietersz Reael wordt in 1604 burgemeester van Amsterdam. Hij had een zus die Geerte Pietersdr "in den gouden Reael" genaamd was. Zij was gehuwd met Laurens Jacobsz 1536 - 1601 (noemde zich ook later Reael). Hun zoon was Laurens Laurenz Reael, geb. Amsterdam 1583, overl. Amsterdam 1637, rechtsgeleerde en zeevaartkundige, Vice-Gouverneur over de Molukken, Amboina en de Banda-eilanden (1613), derde Gouverneur-Generaal van Oost-Indië (1616), Vice-Admiraal onder Willem van Nassau (1625), bewindhebber van de VOC (1625) en admiraal (1626). Na 1630 was hij raad, schepen en weesmeester van Amsterdam. Commissaris van de Wisselbank, Curator van "de Illustre Schole", scholarch van de Latijnse scholen en behoorde hij als dichter en letterkundige tot de "Muiderkring". Hij heeft samengewerkt met Steven van der Haghen. Hij vond dat de Heren XVII te meedogenloos met de belangen en rechten van de bevolking in Indië omsprongen. Al vroeg protesteerde hij tegen de strafexpedities die de VOC organiseerde, de zogeheten `hongi-tochten'. Hij vond, evenals vlootvoogd Steven van der Haghen, dat de doelstellingen van de VOC langs commerciële en diplomatieke weg bereikt moesten worden en niet met geweld.
|
|
|
|
|
|
|
Steven van der Haghen's grandson is named after him (see XI 1712). He married with Maria Reael (see XI 1713). Maria Reael's grandfather of her fathers side of the family is Jan Pietersz Reael (see XIII 6852). Jan Pietersz is the one who for the first time adopts the name REAEL. He is regent in 1598 of Sint Jorishof, Counsel Member in Amsterdam in 1579. Jan Pietersz Reael becomes the mayor of Amsterdam in 1604. He had a sister who was named Geerte Pietersdr "in den Gouden Reael". She married with Laurens Jacobsz 1536 - 1601 (who later also named himself Reael). Their son was Laurens Laurenz Reael, born Amsterdam 1583, died Amsterdam 1637, Vice-Governor of the Molukken, Amboina and Banda-islands (1613), third Governor-General of East-Indies (1616), vice-admiral under Willem of Nassau (1625), commander of the VOC (1625) and admiral (1626). He worked closely with Steven van der Haghen. He thought that the Lords XVII dealt too relentless with the interests and rights of the population in the Indies. From the beginning he protested against harsh expeditions, the so-called ` hongi-tochten. He found, as well as Steven van der Haghen that the objectives of the VOC had to be reached commercially and diplomatically and not with violence.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Maria Reael's grootvader van moederszijde Geurt Dircksz Van Beuningen [Gen. 13 Nr.: 6854 STAMBETOVERGROOTOUDER] klom op van zuivelkoopman tot grootaandeelhouder bij de VOC. Hij behoorde tot de eerste inschrijvers van de VOC in 1602. Van Beuningen kocht in 1623 alle peper op om de VOC van de ondergang te redden, een actie die hem geen windeieren zal hebben gelegd en die ook door anderen nagevolgd zou worden. Geurt Dircksz Van Beuningen was in 1627, 28, 30 en 32 burgemeester van Amsterdam.
|
|
|
|
|
Maria Reael's grandfather on her mothers side of the family was Geurt Dircksz Van Beuningen [ gen. 13 No.: 6854 STAMBETOVERGROOTOUDER]. He climbed up from a dairy merchant to shareholder at the VOC. He belonged to the first people who took an interest in the VOC in 1602. In 1623 Van Beuningen bought all the pepper to save the VOC going bankrupt. Geurt Dircksz Van Beuningen was in 1627,28,30 and 32 mayor of Amsterdam.
|
|
|
Op 30 april 1618 bereikte Jan Pietersz. Coen het bericht van de Heren XVII van de Vereenigde Oost-indische Compagnie ~VOC, dat hij op 25 oktober 1617 Laurens Reael [zie het artikel "Het begin van de VOC" ~ Laurens Laurensz. Reael] zou opvolgen en werd benoemd tot Gouverneur-Generaal van Nederlandsch Oost-Indië (1618-1623). Hij werd later ook bewindhebber van de Oost-indische Compagnie ter kamer Hoorn (1623-1627) en werd nogmaals Gouverneur-Generaal van Nederlandsch Oost-Indië (1627-1629). Hij was voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de oppermacht van de Nederlanders in Indië. Hij veroverde de stad Jakarta, die hij, herbenoemd tot Batavia, in 1621 tot hoofdstad van Nederlands-Indië maakte. Vanwege zijn pogingen een monopolie te bemachtigen, kwam hij in oorlog met de Engelsen, uiteindelijk culminerend in de moord op Ambon [zie het artikel "Het begin van de VOC" ~ Steven van der Haghen] , waarbij een aantal Engelsen doodgemarteld werd na verdenking van samenzwering ter omverwerping van het Nederlands gezag.
|
|
|
|
|
“Dispereert niet, ontsiet uwe vyanden niet, daer en is ter werelt niet dat ons can hinderen... daer can in Indiën wat groots verricht worden!" (Aan het woord is Jan Pieterszoon Coen, de vierde Gouverneur-Generaal. In zijn in 1618 geschreven brief verzocht Coen de algemene leiding van de Compagnie om eigenhandig te mogen optreden.)
Coen wilde de handelsstad Jacatra op Java ombouwen tot een Nederlands fort en alle niet-europese handelaren weren. Dat zou ingaan tégen de belangen van de Inlandse bevolking. Met lede ogen moesten de bewoners van Jacatra vervolgens toezien hoe de pakhuizen van de VOC langzaam het karakter kregen van versterkte vestingen. Van der Haghen wees de heren XVII erop dat er enerzijds geen enkele rechtsbasis is voor het weren van de niet-europese handelaren en anderzijds een te strenge naleving van die uitsluiting economisch zo nadelig voor de inwoners is dat ze nog slechter af zijn dan onder de Portugesen, hetgeen volgens hem tot oorlog met de VOC zal leiden. Hoewel de meerderheid van de raad van Indië en met name Laurens Reael dezelfde opvattingen huldigt, steunen de heren XVII Coen, onvermoeid voorstander van een strikte naleving van de verworven monopolies alsmede de wering van alle andere handelaren. Coen was streng voor zijn minderen en meedogenloos voor zijn tegenstanders. Zowel Steven van der Haghen als Laurens Reael [zie artikelen hierboven] waren het niet eens hoe Coen te werk ging. Hoewel hij in een weinig zachtzinnige periode van de geschiedenis leefde, was het geweld dat hij bereid was te gebruiken om zijn doelstellingen te bereiken zelfs voor menig tijdgenoot te veel. Voor Coen was succes in de handel eigenlijk alleen mogelijk onder de paraplu van een politiek en militair krachtige positie. Hij overleed vrij plotseling aan dysenterie en werd in het stadhuis te Batavia begraven.
"Den handel sonder d'oorloge, noch d'oorloge sonder den handel nyet en gemainteneert connen werden." (We kunnen geen handel drijven zonder oorlog, noch kunnen we oorlog voeren zonder handel.)
|
|
|
On 30 April 1618 Jan Pietersz. Coen got word from the Lords XVII that he would succeed Laurens Reael [see the article of "the beginning of the VOC" ~ Laurens Laurensz. Reael] on 25 October 1617 and that he was appointed Gouverneur-Generaal of Dutch East Indies (1618-1623). Later on he also became manager of the East-Indian Company for the Chamber of Hoorn (1623-1627) and became once again Gouverneur-Generaal of Dutch East Indies (1627-1629). He was for an important part responsible for the supreme power of the Dutch in The Indies. He conquered the city Jakarta, which he, renamed into Batavia and which was turned into Capital of `Nederlandsch-Indië´ in 1621. Because of their attempts to create a monopoly, he came in war with the English, eventually culminating in the assassination on Ambon [see the article of "the beginning of the VOC" ~ Steven van der Haghen], where a number of English were kept and tortured to death after suspicion of conspiracy for overturning the Dutch authority.
|
|
|
|
|
“Dispereert niet, ontsiet uwe vyanden niet, daer en is ter werelt niet dat ons can hinderen... daer can in Indiën wat groots verricht worden!" (Speaking is Jan Pietersz. Coen, fourth Gouverneur-Generaal of the East Indies. In his own written letter of 1618, Coen requested the general managers of the Company to be allowed to act on his own personal account.)
Coen wanted to convert the trade city Jacatra on Java into a Dutch fort. Helas this was against the interests of the native population. The occupants of Jacatra thereafter had to see how the package houses of the VOC slowly got the character of reinforced fortifications.
During his life Coen had not been popular for his criticism on everyone who did not agree with him. Sometimes he did not even spare even the Lords XVII, who then reprimanded him. But in general sense they did not disapproved the policy pursued by him. Coen was strict for his minors and relentless towards his antagonists. Steven van der Haghen and Laurens Reael [see articles above] both did not approve of the way Coen went about his business. Although he lived in a period of time in history which was not good-natured, even for many contemporaries the amount of violence he was prepared to use to reach its objectives was even too much. For Coen success in the trade business was in fact only possible under the umbrella of a political and military powerful position. He died rather suddenly of dysentery and was buried in the town hall at Batavia.
"Den handel sonder d'oorloge, noch d'oorloge sonder den handel nyet en gemainteneert connen werden." (We can not trade without war, nor be able to conduct war without trade.)
|
|
|
|
|
|
Eva Ment, Coens echtgenote had twee dochters, de ene overleed al vóór Coen en de tweede stierf tijdens de reis van Eva Ment op weg naar Holland aan boord van het retourschip. Eva Ment zette als weduwe én kinderloze moeder voet aan wal in Nederland en erfde slechts de helft van Coens vermogen. De andere helft ging conform testament naar zijn zuster. Eigenlijk had natuurlijk alles eerst naar zijn dochter moeten vererven en vervolgens had Eva weer van de dochter moeten erven, het liep allemaal anders. De heren van de VOC hadden helemaal geen haast de eindafrekening van verdiensten op te maken en de weduwe en haar erfgenamen moesten nog jaren procederen, zowel om het geld als de erfenis. Eva zou nog twee maal hertrouwen. Haar oudovergrootouders zijn Gerrit Gerritz Benningh & Baerte Verburch ~ Edelovergrootouders van de Probandus [Gen. 20 Nr.: 878588] & [Gen. 20 Nr.: 878589]. De Probandus stamt 2 X van deze oudgrootouders af! Haar begrafenis in de Nieuwe Kerk van Amsterdam in 1652, ondanks dat het Westfries Museum blijft volharden dat dit 1658 moet zijn! E.e.a. is juist geplubliceerd door Vincent van der Es (een directe nazaat van Eva Ment) in het NGV Jubileumboek "Afstammingsreeksen van De Hertogen van Brabant".
|
|
|
|
|
Eva Ment, Coens spouse had two daughters, one already died befor Coen did and the second died during voyage of Eva Ment to the Netherlands on board of the returnchip they were on. Eva Ment put foot to rampart in the Netherlands as a widow and childless mother and inherited only half of Coens fortune. The other half went in accordance to his will to Coen’s sister. In fact of course everything first should have been inherited by his daughter and that in itself should have also been inherited bij Eva. It all ran differently. The Lords of the VOC had no haste to make up the end payment of merits and the widow and her heirs had to procecute for years to come, both for the money and the inheritance. Eva in time would remarry twice! Her Oldgreatgrandparents are Gerrit Gerritz Benningh & Baerte Verburch ~ Noblegreatgrandarents of the Probandus [ gen. 20 No.: 878588 ] & [ gen. 20 No.: 878589 ]. The Probandus descends twice from these ancestors! Her burial of Eva took place in the ‘Nieuwe Kerk’ of Amsterdam in 1652, in spite of the persistance of the ‘Westfries museum’ who continues to say that it took place in 1658! The correct date has been published by Vincent van Es (a direct ancestor of Eva Ment) in the NGV jubilee book "Afstammingsreeksen van De Hertogen van Brabant".
|
Het einde van de VOC / The end of the VOC
|
De VOC Reizen van Kapitein Jan Olhof [Gen. 7 Nr.: 106 OUDGROOTOUDER]. Hij is de 106e persoon in de Kwartierstaat van Marnix Alexander de Paula Lopes en komt voor in de 7e generatie. 'Capitein' Jan Olhof heeft op een zes VOC schepen gevaren; drie uit de kamer van Amsterdam [Valk / Duifje / Hertog van Brunswijk], één uit de kamer van Hoorn [Nieuwstad] één uit Enkhuizen [Afrikaan] en één uit de kamer van Zeeland [Zwaan]. De handelsonderneming heeft een grote bijdrage geleverd aan de welvaart en de ontwikkeling van de Republiek der Zeven Verenigde Provincieen. De eskaders kwamen bij de Engelse kust samen om het eerste gedeelte van de ruim acht maanden durende reis te ondernemen; bij Kaap de Goede Hoop - waar sinds 1652 een post van de Compagnie was gesticht - was men verplicht te verversen. Hierna vertrokken de schepen in het algemeen naar Batavia. De terugreis vanuit Batavia werd in december of januari aangevangen, zodat de schepen in de zomermaanden de Republiek bereikten. De VOC werd opgeheven in 1795.
The VOC travel of captain Jan Olhof [ gen. 7 No.: 106 OUDGROOTOUDER]. He is 106th the person in the Pedigree of Marnix Alexander the Paula Lopes and is present in the 7th the generation. ' Capitein ' Jan Olhof has sailed on six VOC ships; three from the chamber of Amsterdam [Valk / Duifje / Hertog van Brunswijk], one from the chamber of Hoorn [Nieuwstad] one from the chamber of Enkhuizen [Afrikaan] and one from the chamber of Zeeland [Zwaan]. The trade venture has made a large contribution towards the prosperity and the development of the Republic of the seven united provinces. The squadrons met at the English coast to undertake the first part of the eight month journey. At Cape Hope - where since 1652 a post of the company had been founded – one was obligated to refresh. Hereafter in general the ships commonly left for Batavia. The return trip from Batavia was started in December or January, so that the ships would reach the Republic in the summer months. The VOC ended in 1795.
|
|
|
Toen de Bataafse revolutie van 1795 een einde maakte aan de staatsstructuur van de Republiek, leidde dat het definitieve einde van de VOC in. We zien hierboven dat Jan inderdaad tot 1795 heeft gevaren. Hij heeft dus feitelijk het einde van de VOC meegemaakt.
Steven van der Haghen en Jan Olhof zijn familie van elkaar! Steven van der Haghen is OUDGROOTOUDER van Engelina Alyda van der Hagen. Zij is de vrouw van Jan Olhof en op haar beurt weer een OUDGROOTOUDER [Gen. 7 Nr.: 107] van de probandus Marnix Alexander de Paula Lopes.
|
|
|
VOC 1786-1795
|
|
Number
|
Name of ship
|
Master
|
Date of departure
|
Arrival / Departure at Cape
|
Date of arrival at destination Place of arrival
|
6757 Kamer van Amsterdam. 600 ton
|
VALK 1785 tot 1791
|
Olhof, Jan
|
13-07-1786 Texel Patria
|
20-11-1786 10-12-1786
|
15-02-1787 Batavia
|
Kamer van Hoorn. 484 ton
|
VLUGGE TREKVOGEL 1784 tot na 1787 [GEREPATRIEERD]
|
Barend Jansz. Uffen
|
23-10-1788 Batavia
|
27-12-1788 01-02-1789
|
28-04-1789 texel Patria
|
4662.1 Kamer van Hoorn. 880 ton
|
NIEUWSTAD 1787 tot na 1790
|
Olhof, Jan
|
18-01-1790 Texel Patria
|
29-04-1790 13-05-1790
|
26-07-1790 Batavia
|
8303.2 Kamer van Enkhuizen. 880 ton
|
AFRIKAAN 1780 tot 1795 [GEREPATRIEERD]
|
Olhof, Jan
|
06-12-1790 Batavia
|
17-03-1791 05-05-1791
|
17-08-1791 Texel Patria
|
4727.3 Kamer van Amsterdam. 400 ton
|
DUIFJE 1784 - 1793
|
Olhof, Jan
|
11-07-1792 Texel Patria
|
21-11-1792
|
(21-11-1792) The Cape
|
8361.3 Kamer van Amsterdam. 400 ton
|
DUIFJE 1784 - 1793 [GEREPATRIEERD]
|
Olhof, Jan
|
05-02-1793 The Cape
|
(05-02-1793)
|
20-06-1793 Texel Patria
|
4755.1 Kamer van Amsterdam. 1150 ton
|
HERTOG VAN BRUNSWIJK 1792 – 1795 Vergaan te Batavia
|
Olhof, Jan
|
07-11-1793 Texel Patria
|
08-03-1794 17-04-1794
|
09-07-1794 Batavia
|
8395.2 Kamer van Zeeland (Middelburg). 1150 ton
|
ZWAAN 1787 tot na 1795 verving de Hertog van Brunswijk [GEREPATRIEERD]
|
Olhof, Jan
|
24-01-1795 China
|
03-05-1795 18-05-1795
|
18-09-1795 Trondheim Noorwegen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
When the Batavian revolution of 1795 made an end to the state structure of the Republic, it introduced the definite end of the VOC. We see above that Jan indeed has sailed up to 1795. He has therefore actually experienced the end of the VOC.
Steven van der Haghen and Jan Olhof are actually related to each other! Steven van der Haghen is OUDGROOTOUDER of Engelina Alyda van der Hagen. She is the wife of Jan Olhof and she herself is OUDGROOTOUDER [ Gen. 7 No.: 107 ] of the probandus Marnix Alexander the Paula Lopes.
|
VOC ANNO 2009
|
|
|
Toelating van M.A. de Paula Lopes tot het illustere gezelschap van de VOC Caemer die Haghe anno 20e van de Lentemaent in de jaere 2009
|
|
|
|
|
|
GOUDEN EEUW / GOLDEN AGE
|
|
GOUDEN EEUW / GOLDEN AGE
Deze afbeelding is 3.30 meter lang! Om dit bestand goed te kunnen bekijken, kunt u door op hier op: GOUDEN EEUW [4.853 KB]
te klikken een pdf file openen.
This image is 3.30 meters long! To be able to see it in detail, you can here click on: GOLDEN AGE [4.853 KB]
to open a pdf file.
|
|
|
|
|
NAAR BOVEN / TO TOP OF PAGE
|
|
Bewijs van afstamming van Steven van der Haghen
|
|
 |